Urgente vragen aan… Rebekka de Wit

Rebekka de Wit (1985) is schrijver en performer. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen en ging theater maken, eerst bij De Tijd (later De Nwe Tijd) en sinds 2025 bij Bureau Vergezicht, een gezelschap dat producties maakt over klimaat, macht en gedeelde verantwoordelijkheid. Dit seizoen speelde ze de solovoorstelling Een stukje naar de mensen toe, over overconsumptie en eenzaamheid. Ze is columnist voor De Standaard en De Groene Amsterdammer, en schreef de roman We komen nog één wonder tekort (2015) en de essaybundel Afhankelijkheidsverklaring (2019): humoristische, ontwapenende, intelligente columns en essays over de illusie van onafhankelijkheid, over naïviteit en hoop, en over de beperkingen van ons voorstellingsvermogen.

Prachtige titel: Afhankelijkheidsverklaring. Waarom is zo’n verklaring wat jou betreft vandaag hard nodig?

Het is nadrukkelijk geen pleidooi voor afhankelijkheid, dat zou ook onzinnig zijn. Alsof ik een pleidooi voor zuurstof zou houden. Afhankelijkheid is – of je het nu leuk vindt of niet – een fundamenteel onderdeel van onze conditie, maar het heeft zo’n on-sexy imago, alsof we ons ervoor zouden moeten schamen. Ik wilde afhankelijkheid uit haar verdomhoekje halen.

Onafhankelijkheid is een politieke, existentiële illusie, die iets heel kinderachtigs heeft. Dat kinderachtige wilde ik blootleggen. We hebben andere mensen, dieren, planten, ecosystemen, culturen nodig en als je daarbij stilstaat en als je dat mag omarmen, wordt het leven er ineens best rijk van. 

Waarom maak je je druk over het verwijt dat een standpunt naïef zou zijn?

Ik maak me daar druk over omdat iemand die een ander naïef noemt, eigenlijk twee dingen doet. Je diskwalificeert een ander als serieuze gesprekspartner en je doet een machtsgreep op een wereldbeeld. Dus je zegt eigenlijk tegen een ander: jouw wereldbeeld is naïef, mijn wereldbeeld is realistisch. Het verwijt wordt doorgaans gemaakt om een cynisch wereldbeeld te legitimeren en een liefdevol wereldbeeld te diskwalificeren, maar het enige wat je feitelijk doet, is een wereldbeeld reproduceren in plaats van beschrijven.  

Je schrijft: wij hebben de wereld nodig om ons voorstellingsvermogen te redden in plaats van andersom. Vertel eens…

Dit vind ik een belangrijk punt, ook al heb ik het zelf gemaakt, haha. Mij is altijd verteld dat we verbeelding nodig hebben om ons uit de status-quo te denken, om nieuwe werkelijkheden uit te denken, en ik heb die opdracht tot nieuwe verbeeldingen ook altijd heel serieus genomen, tot ik er op een gegeven moment achter kwam dat, terwijl ik al die verhalen zat te bedenken, er heel veel wereld aan het verdwijnen was. Ik bedoel daarmee concreet dat er de afgelopen jaren ontzettend veel natuur is verdwenen, natuur waar ik gewoon geen ene fluit van weet, waar dingen gebeuren, waar levensvormen voorkomen waar ik me helemaal niks bij kan voorstellen. Wat planten, dieren, schimmels, bomen allemaal kunnen, ik had dat nooit kunnen bedenken en die wereld is aan het verdwijnen, in een ijzingwekkend tempo. Ik denk dat ons voorstellingsvermogen afhangt van de mate waarin we andere levensvormen verdragen en dat we daar heel goed naar moeten luisteren en goed moeten kijken naar wat er allemaal gebeurt. Pas als we dat doen, gaan we ons misschien iets kunnen voorstellen van hoe onvoorstelbaar groots het leven op aarde is en wat onze plek daarin zou kunnen zijn.

Tegengif

logo tegengif

Tegengif is een tijdschrift op het snijvlak van politiek, literatuur en bijbel, dat vier keer per jaar uitkomt. Om elkaar een kritische spiegel voor te houden met goede verhalen uit oude bronnen, met nieuwe en beproefde gedichten, met wakkere opinie en leerzame stemmen uit het verleden en het heden.

Agenda