De ultieme vreemdeling

Zijn we over een tijdje nog wel in staat om iets tot ons te nemen dat we niet kennen, of zitten we zo opgesloten in onze data-bubbel dat we in alle communicatie alleen onszelf nog maar tegenkomen? In zijn recente lezing in New York waarschuwt historicus Timothy Snyder voor het verkokerende effect van onze digitale middelen. Omdat we achter onze schermpjes alleen nog maar bevestigd worden in wat we toch al dachten, zal een vaardigheid als empathie al snel als eerste sneuvelen. Met alle desastreuze gevolgen van dien. We zien in onze politieke arena’s de destructieve gevolgen: wie niet denkt, leeft en handelt zoals jij is een vijand en moet geëlimineerd worden. Het heeft tot gevolg dat ook ons persoonlijk leven opdroogt en verstart. Want zonder een tegenover die wij niet kennen, zijn we enkel aan een gesloten zelfgesprek overgeleverd en zal uiteindelijk alle zuurstof uit ons leven verdwijnen. En dan moet je niet vreemd staan te kijken als de barbarij het roer overneemt.

Paulus in Athene

In zijn tweede boek, Handelingen, vertelt de evangelieschrijver Lukas over wat Paulus aantreft als hij Athene aandoet (Handelingen 17). Wat hij ziet is een stad vol goden. ‘Het prikkelt zijn geest,’ zo staat er. Een woord in de brontekst dat standaard gebruikt wordt in de Griekse vertaling van de Hebreeuwse bijbel voor de irritatie en de boosheid van JHWH, de god met de vier-letter-naam, als zijn mensen weer op de knieën liggen voor de goden. Het is een profetische prikkeling waardoor Paulus in zijn geest geraakt wordt. Want hij weet: dit is niet de bedoeling van de mens. Het is niet de bedoeling dat de mens zich klein maakt voor de grote goden. Dat die buigt voor machten die hem voorhouden dat zijn eigen projecties het laatste woord hebben. We kennen uit onze klassieken over welke goden het gaat. En hoe ze erbij staan op de Akropolis van Athene. Prachtige borstpartijen, heerlijke lijven vol vitaliteit. Daar houden mensen van. Vooral mensen die hogerop willen komen. Die menen dat spierballen tekenen zijn van succes. Terwijl ze vooral het leed moeten vervullen dat niet gekend wil worden.

De ‘onbekende god’

Het prikkelt Paulus, daar in Athene, omdat hij in die goden de nood ziet van de mensen. Mensen die hun wereld volplempen met goden die niet horen, niet zien en geen medelijden kennen. De wereld van onze schermpjes waarop ons met leugens wordt voorgehouden wat waar zou zijn en wat leven is. We zien in het verhaal Paulus even later op dat heuveltje staan, de Areopagus, waarop, als je naar boven kijkt, de goden ziet van de Akropolis en als je naar beneden kijkt de agora, het plein ziet waar de mensen zijn. Precies daartussen staat hij en komt dan te spreken over de ‘onbekende god’. Te midden van al die goden treft hij het altaar aan voor de ‘onbekende god’. De ‘je-weet-maar-nooit-god’ van de Atheners.

Die god neemt Paulus met een kwinkslag in dienst van het kritische godsbegrip van de Hebreeuwse bijbel. Daar immers gaat het over een god die zich niet laat annexeren. Die principieel vreemd is. Een god die niet past in het godenrijtje van de klassieken. Een vreemde vogel in de wereld van de religie. In alles zo anders, zo vreemd en voor geen karretje te spannen. Dat die god zo vreemd is heeft te maken met het programma dat hij voert. Hij wil geen knielende en halleluja-roepende mensen. Geen glamourkruisen op wieltjes zoals we zagen bij de wanstaltige gedachtenis van Charlie Kirk. Nee, deze vreemde god wil dat er recht gedaan wordt. Dat is wat hij wil. Hij wil stem geven aan wie geen stem meer mogen hebben. Hij is begaan met degene die niet succesvol is. Hij is te vinden waar de schreeuw niet meer gehoord wordt.

Niet met mensenhanden

Paulus dringt met zijn verhaal meteen door tot de kern wanneer hij zegt dat deze god niet met mensenhanden te maken is en niet woont in mooie tempels. Niet wij hebben hem gemaakt, maar hij heeft ons gemaakt, zo roept hij. Hij draait de hele mallemolen van de religie om. En als hij het hierover heeft dat deze god ons gemaakt heeft, dan gaat het over de adem die JHWH in de neusgaten van zijn mensen blaast op de eerste bladzijden van de Tora. Die sterveling mens, die is als stof van de akker en zomaar ten prooi valt aan goden en machten die hem in de greep willen houden: die mens wordt op zijn benen gezet. Die mens krijgt adem om menswaardig te leven. Daar is die vreemde god voor bedoeld. Niet voor offers, niet voor godsdienst, maar om te zorgen dat er recht wordt gedaan. En liefde. En daarmee zet Paulus alles op zijn kop daar op de Areopagos.

Empathisch medemens

De mensen lopen weg, op een enkeling na. Ze verkiezen liever hun veilige coconnetjes. Dit verhaal bevestigt niet wat we willen, wat we denken en stiekem hopen in onze onderbuik. Deze principieel niet te annexeren vreemdeling zet ons aan het werk. Haalt ons weg bij die Akropolis, bij onze schermpjes, om ons te laten afdalen naar dat plein waar de mensen zijn. Om een empathisch medemens te worden. Daar is die vreemde tegenover uit de Hebreeuwse bijbel voor bedoeld. En nergens anders voor.

 

Tegengif

logo tegengif

Tegengif is een tijdschrift op het snijvlak van politiek, literatuur en bijbel, dat vier keer per jaar uitkomt. Om elkaar een kritische spiegel voor te houden met goede verhalen uit oude bronnen, met nieuwe en beproefde gedichten, met wakkere opinie en leerzame stemmen uit het verleden en het heden.

Agenda